de sjoel
De grote sjoel aan het Jacob Obrechtplein. De glas-in-lood ramen symboliseren de twaalf stammen van IsraŽl.

De sjoel is gered van de slopershamer
Marieke Monden

AMSTERDAM - Een rood lint over de achterste banken waarschuwde bezoekers van de Raw Aron Schuster-synagoge voor vallende brokstukken. De sjoel van de Joodse Gemeente aan het Jacob Obrechtplein dreigde aan alle kanten in te storten. Met een omvangrijke restauratie is het monumentale gebouw in de oude glorie hersteld. Morgen is de herinwijding, onder het toeziend oog van tal van prominenten.

De boenmachine staat in de hal van de synagoge, verderop stofzuigt een schoonmaker de met houten schotten afgedekte garderobe. Het rituele badhuis, de kleine sjoel en de garderobe zijn nog niet gerenoveerd, maar de grote sjoel is piekfijn in orde.
      Technisch medewerker J. Kuykhoven inspecteert alle hoekjes minutieus. Hij ziet nog overal stofjes en bouwrestjes. De verwarming blaast het stof telkens weer op. Met een vermoeid gezicht geeft de schoonmaker het marmer nog maar een stofzuigbeurt.
      Het zeventig jaar oude pand van de joodse architect Harry Elte staat sinds 1995 op de Rijksmonumentenlijst. Even heeft de Joodse Gemeente nog overwogen het enorme gebouw te laten slopen, maar dankzij de plaatsing op de monumentenlijst was het met subsidies mogelijk het complex te behouden.
      Joodse buurtbewoners stichtten in 1916 het Synagogefonds Amsterdam-Zuid, met als doel 'het bevorderen van de totstandkoming eener monumentale synagoge'. Op 14 juni 1927 werd de eerste steen gelegd, in 1929 vond de installatieplechtigheid plaats.
      Het pand is de eerste synagoge die Elte van de grond af aan tekende. Vůůr die tijd hield de architect zich vooral met de verbouwingen van bestaande synagoges bezig. De oorspronkelijke naam Ohel Ja'acob is later gewijzigd in Raw Aron Schuster, naar de oud-opperrabbijn van de synagoge.
      In de grote sjoel is ruimte voor zevenhonderd mensen, tijdens de wekelijkse samenkomsten zijn nu nog gemiddeld veertig aanwezigen. In de dagsjoel bidden iedere avond en ochtend nog ongeveer dertig mannen. Om verwarmingskosten te sparen, vinden de diensten in de winter ook in de kleine sjoel plaats.
      De grote was dringend aan restauratie toe. Het glas hing uit het lood en de muren dreigden in te storten. De roestende ankers in de muren maakten de situatie gevaarlijk. En eigenlijk zag het interieur er ook niet meer uit. Door lekkages sijpelde het water langs de muren.



      De genodigden krijgen zondag weer de sjoel van de inwijding in september 1929 te zien. Het interieur is in de originele staat hersteld. De mannen zitten nog steeds beneden, terwijl de vrouwen via een aparte ingang de vrouwengalerijen betreden. Het bladgoud op het plafond is terug; bij een eerdere restauratie verdween het onder een dikke laag verf. Ook de bankjes in het mannendeel zijn opgeknapt. Het glas is uit de ramen geweest en na restauratie terug gezet. De sjoel flonkert en blinkt weer.
      Zo sober als de synagoge van buiten oogt, zo fraai bewerkt is het huis van samenkomst van binnen. Op de vloer ligt marmer, de pilaren zijn bewerkt met kleurrijk mozaiek. Door de twaalf glas-in-lood-ramen valt het licht naar binnen. De ramen symboliseren de stammen van IsraŽl en de heilige feestdagen. In het zwarte marmer staan Hebreeuwse teksten.
      Bij de restauratie is ook de dienstwoning onder handen genomen. Aanvankelijk telde de synagoge twee dienstwoningen, maar de familie Albek kon met haar negen kinderen wel wat extra ruimte gebruiken en dus zijn de woningen samengevoegd. Kleine jasjes en schoentjes hangen in het statige trappenhuis.
      Barbara Albek kwam zeventien jaar geleden als mikwe-dame met haar echtgenoot in de synagoge wonen. Bijzonder vindt ze haar woning niet. "Normaal merk je alleen aan de toeristen dat je in een synagoge woont. Dan hebben ze in de Jewish Travel Guide over de sjoel gelezen en dan bellen ze aan om hem te bekijken."
      Ook het mikwe, het rituele badhuis, en de kleine sjoel worden gerestaureerd. Vooral het badhuis schreeuwt om een opknapbeurt. Het intensieve gebruik door de orthodox-joodse gezinnen heeft zijn sporen nagelaten: de leidingen zijn verroest, regelmatig is het water koud en de elektriciteit doet het vaak niet...
      Huisarchitect P. Cohen werkt samen met twee rabbijnen druk aan het nieuwe ontwerp. Eenvoudig is dat niet, want het mikwe moet ingericht zijn volgens de joodse wetten, een simpel badkamertje voldoet niet. Begin volgend jaar begint de drie ton kostende renovatie.




Bron: Parool 13-12-1997
Foto: Peter Boer